Het is een bekend iets: kinderen die menen spoken en monsters in hun kamer te hebben. De kinderen vallen hierdoor lastig in slaap of worden ’s nachts wakker gepaard met een harde gil. Deze angst komt met name voor bij kinderen in de peuterleeftijd (2-4 jaar) maar waarom is dat juist in deze leeftijdsfase? en wat kan je er als ouder aan doen dat je kind weer lekker gaat slapen? Lees het in deze blog!

Angst is een primaire reactie op gevaar of dreiging en zorgt ervoor dat je voorzichtig bent. Van angst krijg je een sterke fysieke reactie, zoals: schrikken, gillen, ineenkrimpen en een versnelde hartslag. Kinderen ervaren dezelfde lichamelijke reactie maar hebben nog moeite om te beredeneren waar deze angst vandaan komt waardoor het een nog vervelendere ervaring voor hen is. Kinderen zullen er alles aan doen om deze angst niet meer te ervaren en zullen dingen vermijden, zoals slapen. Angsten bij kinderen hangen meestal samen met de geestelijke ontwikkeling van het kind. Hoe meer je van de wereld ziet en hoe meer je meemaakt, hoe meer dingen je angst aan kunnen jagen. Als je dingen ziet of beleeft die je nog niet helemaal begrijpt dan is de kans op angst alleen nog maar hoger. Dit maakt het ook passend bij de peuterleeftijd: ze krijgen steeds meer mee van hun omgeving maar begrijpen lang niet alles en dit jaagt hun angst aan. Denk bijvoorbeeld aan schaduwen of het geluid van onweer buiten. Wij weten wat dit is maar dit weten wij doordat wij dit geleerd hebben.

Naast angsten naar aanleiding van een ongrijpbare wereld kunnen angsten ook ontstaan naar aanleiding van een traumatische ervaring. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de glijbaan waar je kind een keer vanaf gevallen is, een ziekenhuisbezoek dat niet zo prettig was of een hondenbeet. Je kind zal er alles aan doen om die angst niet weer te hoeven ervaren en zal dus vergelijkbare situaties ontwijken. Dit kan prima met de glijbaan maar een ziekenhuisbezoek of alle honden ontwijken gaat toch iets moeilijker.  Als ouder kan je je kind vooral veel uitleggen over de voorgevallen situatie en je kind laten weten dat je bij hem/haar bent als jullie bijvoorbeeld samen langs die grote hond moeten lopen.

In de peuterleeftijd is de fantasie ook volop in ontwikkeling. Het kind kent spoken, heksen, monsters, griezels, Sinterklaas en de Kerstman. Dit alles gaat de bevatting van peuters echter wel te boven. Het kost peuters vaak moeite om onderscheid te maken tussen fantasie en werkelijkheid. Moet je eens voorstellen een echte wereld vol mensen, monsters, Sinterklaas, prinsessen en spoken. Voor ons is dit niet reëel maar voor je peuter dus wel! Door die rijke fantasie van de peuter zijn al die prinsessen en monsters even werkelijk als bijvoorbeeld de buurvrouw.

Zodra de peuters de wereld wat meer gaan begrijpen en het verschil kennen tussen fantasie en werkelijkheid zullen de angsten ook weer afnemen. Tot die tijd heb ik een aantal tips voor je om je kind het beste te helpen:

  • Neem de angst van je kind serieus. Voor je peuter bestaat dat monster onder het bed immers echt. Probeer niet de angst van je kind weg te wuiven door te zeggen: ‘nee joh er zit helemaal geen monster onder je bed! Ga nou maar weer lekker slapen he? Je moet morgen weer naar school’. Praat met je kind over wat hij/zij zag en waarom het angstig is. Ontvang je kind door aan te geven wat je ziet: ‘Ik zie dat je echt geschrokken bent, wat vervelend!’.  Het kind voelt zich dan gehoord en begrepen.
  • Jaag het monster weg. Bedenk samen hoe je het monster weg kan jagen. Bijvoorbeeld samen met de lievelingsknuffel of met de prinsessenstaf. Overdag zijn kinderen een stuk minder angstig omdat het bijvoorbeeld niet donker is. Dit is een mooi moment om je kind voor te bereiden op de nacht. Kunnen jullie bijvoorbeeld samen een ritueel bedenken wat de monsters weghoudt?
  • Door monsters weg te jagen geef je wel een soort van toe dat er monsters bestaan. Als je dit niet prettig vindt dan kan je ’s avonds experimenteren met het licht: als het licht aan is dan is het monster weg. Herhaal dit een aantal keren, zodat je kind zelf door gaat krijgen dat ze niet bestaan. Het is hierbij wel belangrijk dat je als ouder niet gaat benoemen dat monsters niet bestaan. Laat je kind dit zelf ontdekken en neem je kind serieus over de monsters die hij/zij ziet. Je kan op het nachtkastje van je kind een zaklamp leggen dan kan je kind zelf af en toe onder het bed kijken of het monster weg is.
  • Brandt een nachtlampje of zet de deur op een kier. In het licht zijn de monsters vaak weg en dit zorgt voor geruststelling bij je kind.
  • Sluit de dag positief af. Lees bijvoorbeeld geen verhalen met fantasiefiguren, bewaar deze voor overdag zodat het weg kan zakken. Kijk met je kind ook geen programma’s voor het slapengaan die het eng kan vinden of waar fantasiefiguren in zitten.
  • Verder bestaan er ook boeken over angsten voor monster onder bedden of achter gordijnen. Lees deze bijvoorbeeld samen met je kind om voor begrip te zorgen.

Heb je behoefte aan meer tips of heb je andere vragen? Mail dan naar opvoeding@lauteropmaat.nl of bel naar 0644211781.

Groetjes Charlotte

Charlotte Jansen

Illustratie: Dale Keys