De morele ontwikkeling is de ontwikkeling van wat we goed en fout vinden, van waarden en normen. Een klein kind heeft nog geen besef van wat goed en slecht is. Opvoeders leren de kinderen waarden en normen en langzaamaan leert een kind hiernaar te leven. Als opvoeder heb je als taak het kind hierin te begeleiden en dus moreel op te voeden. Kinderen hebben niet van de een op de andere dag een moreel besef, dit heeft tijd nodig. Een kind doorloopt verschillende fases tot het morele besef ontwikkelt is. In deze blog lees je welke fases dit zijn en hoe je als ouder je kind kan begeleiden tijdens het ontwikkelen van het morele besef.

Het geweten is je innerlijke stem die zegt wat goed en slecht is. Het geweten wordt voor een groot deel ontwikkelt door complimenten die gegeven worden als je iets goed doet en doordat je aangesproken wordt op iets wat je niet goed hebt gedaan. Als het geweten eenmaal is ontwikkeld krijg je last van schuldgevoelens als je tegen je geweten ingaat. Als je wel luistert naar je innerlijke stem en juist handelt, krijg je een goed gevoel.

Volgens Lawrence Kohlberg verloopt de morele ontwikkeling in een aantal stadia. Ieder stadium heeft een eigen manier van voelen en van nadenken over waarden en normen. Kohlberg onderscheidt drie verschillende fases: het preconventionele stadium, het conventianole stadium van moreel denken en het postconventionele stadium van moreel denken. Elk kind doorloopt in principe alle drie de fases maar het is per kind verschillend of het laatste stadium volledig wordt afgerond. Dit is afhankelijk van de eigen ontwikkeling maar ook in hoeverre het kind wordt begeleid door de omgeving in deze ontwikkeling. Het is dus van groot belang dat je als ouder je kind goed begeleid in het morele besef.

Het preconventionele stadium
Voor het preconventionele stadium zit eigenlijk nog een ander stadium, namelijk de premorele fase. Baby’s en heel jonge kinderen zitten in deze fase. Zij laten zich leiden door wat zij prettig vinden voelen en door wat zij vervelend vinden, wat pijnlijk is of wat angst bij hen oproept. Na de premoderne fase komen kinderen in het preconventionele stadium. Kinderen tussen de 0 en 12 jaar zitten in het preconventionele stadium. In het preconventionele stadium moet een kind het morele denken, voelen en handelen nog leren. Het ontwikkelt een primitieve vorm van moreel besef. Het kind doet iets niet omdat het anders straf krijgt of ergens op wordt aangesproken en het doet iets wel omdat hier een beloning of een compliment aan verbonden is.

Het conventionele stadium van moreel denken
Als een kind tussen de 10 en 18 jaar oud is, bevindt het zich in het conventionele stadium. Een kind dat rond de tien jaar oud is zoekt naar de goedkeuring en waardering uit de sociale omgeving. Het kind wil de regels volgen omdat het een goede relatie wil onderhouden met de sociale omgeving. Het kind is gefocust op wat er van hem of haar wordt verwacht en probeert aan deze verwachtingen te voldoen. Het oudere kind, de puber, is vooral gefocust op wat vrienden van hen verwachten. Ze willen leuk gevonden worden door vrienden en willen vaak geen afwijkende mening hebben. Ze vinden goed of fout wat de rest van de vriendengroep ook goed of fout vindt.

Het postconventionele stadium van moreel denken
In het postconventionele stadium (vanaf ongeveer 18 jaar) kijken jongeren en volwassenen kritisch naar de normen en waarden die ze aangeleerd hebben gekregen in de opvoeding. De normen en waarden worden in dit laatste stadium heroverwogen. De goede en nog steeds passende normen en waarden worden behouden en de normen en waarden die niet passend zijn bij die persoon worden verworpen en maken plaats voor nieuwe normen en waarden.

Het is wel duidelijk dat het belangrijk is je kind goed te begeleiden in de morele ontwikkeling maar alles leuk en aardig.. maar hoe doe je dit dan eigenlijk? Thomas Lickona heeft naar aanleiding van de drie stadia van Kohlberg tien bouwstenen ontwikkeld voor ouders om hen te helpen in de begeleiding van hun kinderen:

  1. Moreel gedrag betekent respect
    Respect ziet Thomas Lickona als het kernwoord in het begrip moreel gedrag. Het gaat om respect voor jezelf en voor je omgeving. Respect voor jezelf en anderen betekent dat je jezelf en anderen waardevol vindt en in de eigen waarde laat.
  2. De morele ontwikkeling in fasen
    In de begeleiding van je kind is het belangrijk dat je je aansluit bij het ontwikkelingsniveau van je kind. Door inzicht te hebben in hoe ver je kind ontwikkelt is en je daarop aan te passen loop je ook minder de kans om je kind te overvragen en om zelf te hoge verwachtingen te hebben. Kinderen hebben niet zodra ze geboren zijn respect voor anderen. Dat respect groeit in hun ontwikkeling.
  3. Respecteer kinderen en verwacht respect terug
    Het bijbrengen van respect aan kinderen begint bij jezelf als ouder. Als jij je kind met respect behandelt, nemen ze dat gemakkelijker over. Het tonen van respect en het vragen om respect is de kern van de morele opvoeding. Moreel gedrag is tweerichtingsverkeer, een kwestie van geven en nemen.
  4. Geef het goede voorbeeld
    Uit wat je doet en zegt blijkt wat je opvattingen zijn. Je gedrag laat zien wat je normen en waarden zijn. Kinderen zien dit, houden hier rekening mee en gaan zich vaak ook op deze manier gedragen. Belangrijk dus dat je je hiervan bewust bent en zelf het goede voorbeeld geeft.
  5. Leg uit wat je bedoelt
    Door aan je kind uit te leggen waarom je je gedraagt zoals je je gedraagt en waarom je vindt wat je vindt, leren ze de achtergronden en je beweegredenen kennen.
  6. Leer kinderen nadenken
    Vraag je kind om eerst na te denken voor het iets gaat doen. Zo kan het even de tijd nemen om na te denken wat hun acties voor gevolgen hebben en of dit de juiste gevolgen zijn of niet.
  7. Geef echte verantwoordelijkheden
    Laat kinderen zelf verantwoordelijk zijn voor dingen die passend zijn bij hun niveau, bijvoorbeeld voor hun eigen spullen zorgen, afspraken nakomen en huiswerk maken. Leer hen verantwoor- delijkheid voor anderen te dragen en een bijdrage te leveren aan het welzijn van anderen.
  8. Zorg voor evenwicht tussen zelfstandigheid en controle
    Vindt als ouder de juiste balans tussen zelfstandigheid en controle. Er moet een zeker vrijheid zijn om de ruimte te krijgen dingen te leren, te experimenteren en er moeten duidelijke regels zijn waar consequent mee omgegaan moet worden zodat het kind weet waar het aan toe is.
  9. Geef kinderen liefde en help hen zelfrespect te ontwikkelen
    Liefde is zeer bepalend voor een positief zelfbeeld. Onder andere door de liefde van anderen voelen we dat we iets waard zijn en gaan we onszelf aardig vinden. Mensen die zich niet geliefd voelen, kunnen niet goed openstaan voor de behoeften van anderen.
  10. Bevorder de morele ontwikkeling en daarmee een gelukkiger gezinsleven
    Een gezinsleven is eigenlijk breed getrokken het groepsleven. Een gelukkiger groepsleven kun je bevorderen door over problemen en conflicten met elkaar te praten. Door kinderen van jongs af aan duidelijk te maken dat de sfeer op de groep een gezamenlijke verantwoordelijkheid is en door hen de tools te geven om de sfeer te bewaken, leren zij ook hoe zij daar in andere omstandigheden mee om kunnen gaan. Je kunt er bijvoorbeeld een gewoonte van maken regelmatig met elkaar te praten over de sfeer in het gezin en het omgaan met elkaar, over het waarom van regels en gebruiken en welke zij belangrijk vinden.

Heb je behoefte aan meer informatie over de morele ontwikkeling en hoe jij als ouder je kind hierbij kan helpen? Mail dan naar opvoeding@lauteropmaat.nl of bel naar 0644211781. Ik help je graag verder!

Groetjes Charlotte

Charlotte Jansen