Volgens het Nibud komen kinderen die al op jonge leeftijd leren hoe ze met geld om moeten gaan, later minder vaak in de financiële problemen. Daarom is het zo belangrijk om je kinderen goed voor te bereiden op financiële zelfstandigheid. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door zak- of kleedgeld te geven, ze samen met jou te laten internetbankieren, bepaalde kosten zelf te betalen, wensen kunnen afstemmen op inkomsten, keuzes maken tussen wat nodig en wat je graag zou willen en duidelijke afspraken te maken over geld, bijvoorbeeld ‘op’ is echt op. Dit klinkt misschien allemaal heel makkelijk, maar hoe leer je je kind dit?

In een financiële opvoeding zijn een aantal onderwerpen van belang, dat zijn: sparen, lenen, zak- en kleedgeld en omgaan met reclame.  Door middel van een spaarpot kan je kind makkelijk oefenen met sparen. Het is belangrijk dat kinderen leren sparen. Op latere leeftijd wordt ook van ze verwacht dat ze kunnen sparen voor grotere uitgaven. Kinderen vinden het leuk om te zien dat het bedrag wat ze sparen langzaam groeit tot een groter bedrag en daarmee ook de mogelijkheid tot iets duurders kopen. Het zelf mogen bepalen waaraan het geld besteed wordt blijkt belangrijk voor de bewustwording van geld. Doordat de kinderen zelf verantwoordelijk zijn voor hun uitgaven, leren ze om keuzes te maken in hun uitgaven en leren planmatig met hun geld om te gaan.

Uit het Nibud-scholierenonderzoek is gebleken dat steeds meer jongeren het normaal vinden om te lenen. 45% van alle scholieren leent wel eens geld. Dit gaat meestal om kleine bedragen, maar soms lenen jongeren ook voor grotere uitgaven, zoals de studie of een vakantie. Sommige jongeren hebben ook schulden, bijvoorbeeld door hoge telefoonrekeningen. Het is belangrijk dat kinderen weten wat verantwoord lenen inhoudt. Past het bijvoorbeeld binnen hun budget? Kunnen ze de schulden bijvoorbeeld wel aflossen binnen de gegeven tijd? Zo niet? Sluit de lening dan vooral niet af. Lenen is niet per definitie slecht en het is zelfs hard nodig om dit verantwoord te kunnen later, denk bijvoorbeeld aan de studieschuld of de hypotheek. Op www.nibud.nl/scholieren kunnen jongeren leren een begroting te maken, bijvoorbeeld samen met de ouder.

Je kind wordt ook voorbereid op financiële zelfstandigheid door zak- en kleedgeld. Met een bepaald bedrag leren ze een bepaalde periode door te komen. Daarbij kunnen en mogen ze thuis nog fouten maken, als ouder kan je je kind leren waarom die fouten ontstaan en hoe je ze op zou kunnen lossen. Maar wanneer start je dan met het geven van zak- en kleedgeld? Vanaf ongeveer zes jaar leren kinderen de verschillende munten te onderscheiden, dit is dus een mooie leeftijd om te beginnen met zakgeld. Als kinderen zes jaar zijn zullen ze het geld waarschijnlijk meteen uit willen geven. Zodra kinderen ouder worden krijgen ze meer tijdsbesef en krijgen ze steeds meer het effect van sparen door: als je langer je geld opspaart kan je op den duur iets groters kopen van je geld. Maar hoeveel zakgeld geef je je kind dan? Dit is afhankelijk van wat je als ouder te besteden hebt en van de leeftijd van je kind. Om een indicatie te geven heeft het Nibud in een tabel laten zien wat kinderen op een bepaalde leeftijd ongeveer krijgen:

Op de basisschool

Bron:
* Nibud Kinderonderzoek 2013
♦ Junior monitor 2016 (Wijzer in Geldzaken)
Leeftijd Zakgeldbedrag (per week) in €
* 5 jaar 0,50
* 6 jaar 1 – 2
* 7 jaar 1 -2
♦ 8 jaar 1 – 2
♦ 9 jaar 1,20 – 2
♦ 10 jaar 1,70 – 2
♦ 11 jaar 2 – 2,30

 

Op de middelbare school

Bron: Nibud Scholierenonderzoek 2016
Leeftijd Zakgeldbedrag (per maand) in €
12 jaar 15 – 20
13 jaar 15 – 20
14 jaar 18 – 20
15 jaar 20 – 22
16 jaar 20 – 25
17 jaar 22 – 26
18 jaar 25 – 30

Kinderen van 12 of 13 jaar voelen zich vaak al verantwoordelijk voor hun uitgaven aan kleding. Dit is dus een mooie leeftijd om te starten met kleedgeld. De hoeveelheid van het kleedgeld hangt ervan af hoeveel je aan kleding wilt uitgeven en wat je kan uitgeven aan kleding. Het gemiddelde bedrag dat wordt uitgegeven aan kleedgeld is 50 euro in de maand. Uit Nibud-onderzoeken blijkt dat het verschil tussen de leeftijden maar erg klein is.

Sommige ouders betalen het telefoonabonnement van hun kind. Je zou vanaf een bepaalde leeftijd kunnen overwegen om je kind dit zelf te laten betalen. Zo zien jongeren goed wat het effect is van (te veel) bellen, internetgebruik of sms’en heeft op je geld.

Meer dan een derde van de 12- tot 18-jarigen krijgt van de ouders (soms) extra geld toegestopt of mag van de ouders geld lenen als ze geld tekort komen. Steeds bijspringen om tekorten aan te vullen heeft een negatieve invloed op de financiële zelfstandigheid van het kind. Je kind moet inzien dat als je het geld opmaakt het dan ook echt op is en je dan dus geen spullen meer kan kopen of even niet naar de bioscoop o.i.d. kan.

Kinderen hebben steeds meer te besteden door het oplopende zakgeld en later door bijbaantjes. Kinderen en jongeren laten zich vrij makkelijk beïnvloeden door reclame en hier maken de mensen achter reclames dankbaar gebruik van. Overal is reclame: op televisie, internet, social media, games, tijdschriften en apps. Je kind komt dus overal ongevraagd reclame tegen. Het is dus erg belangrijk dat je kind de vormen van reclame kan herkennen en doorzien. Ze moeten hun geld uitgeven aan dingen die zij zelf leuk en belangrijk vinden en daarbij moeten ze verantwoord omgaan met hun geld en niet meer uitgeven dan ze zelf hebben.

Voor meer informatie over financiële opvoeding kan je altijd terecht bij  Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) www.nibud.nl.

Heb je meer vragen over de opvoeding of zou je graag samen een persoonlijk plan op willen stellen voor jouw gezin? Bel dan naar 0644211781 of mail naar opvoeding@lauteropmaat.nl. Ik help je graag verder!

Groetjes,

Charlotte

Charlotte Jansen

www.lauteropmaat.nl
www.facebook.com/lauteropmaat
www.instagram.com/lauteropmaat
Youtube