Hechting is een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van een kind en is erg belangrijk voor de identiteitsvorming van een kind. Maar wat houdt hechting precies in? En waarom is het eigenlijk zo bepalend voor de ontwikkeling van een kind? Deze week lees je er alles over!

Hechting leidt tot een duurzame affectieve relatie tussen het kind en de opvoeder(s) van het kind. Hechting vindt vooral plaats in de eerste levensjaren van het kind. Hechting is een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van het kind en bepaald voor een deel de gezonde identiteitsvorming. Normaal gesproken hebben kinderen een veilige hechting met hun ouders. Soms wordt die hechting verstoord en spreken we van een onveilige hechting tussen ouder en kind.

Ainsworth geeft aan dat er binnen de hechting vier verschillende typen worden onderscheiden. Dat zijn onveilig-vermijdend gehecht (type A), veilig gehecht (type B), onveilig-ambivalent gehecht (type C) en tot slot gedesorganiseerd gehecht (type D).

Type A, onveilig vermijdend gehecht
Bij onveilig vermijdend gehechte kinderen is er sprake van een minimale gehechtheid tussen ouder(s) en kind. Dit is ontstaan doordat het kind in het verleden heeft ervaren dat een ouder relatief vaak afwijzend heeft gereageerd op het kind. De ouder heeft het kind zakelijk en weinig sensitief benaderd. Een kind dat onveilig vermijdend gehecht is kan je onder andere herkennen aan het vermijdende gedrag richting de ouders en een té volwassen en zelfstandige houding voor zijn/haar leeftijd.

Type B, veilig gehecht
Bij kinderen die veilig gehecht zijn is er een goede balans tussen exploratiedrang en gehechtheidsgedrag. Dit betekent dat er een goede balans is tussen de volgende voorbeelden: het kind is angstig als de ouder uit het zicht verdwijnt van het kind, het kind zoekt toenadering bij de ouder als de ouder terugkomt, kinderen durven nieuwe taken aan te gaan. Een veilige hechting kan zich ontwikkelen doordat ouders sensitief, coöperatief en toegankelijk zijn naar hun kind.

Type C, onveilig ambivalent gehecht
Kinderen die onveilig ambivalent gehecht zoeken juist enorm veel toenadering tot de ouder en vinden het erg lastig om zelfstandig dingen te ondernemen. Het vertrek van een ouder kan leiden tot angst bij het kind en zodra de ouder terug is kan het kind verontwaardigd en soms zelfs boos reageren. Onveilig ambivalente gehechtheid kan ontstaan doordat de ouders vaak inconsequent sensitief en onvoorspelbaar heeft gereageerd op het kind. Buiten de onvoorspelbare en inconsequente sensitieve houding waren de ouders vroeger regelmatig afwezig op cruciale momenten voor het kind.

Type D, gedesorganiseerd gehecht
Bij kinderen die gedesorganiseerd gehecht zijn is er sprake van gedrag met kenmerken van types A en C. Ze zoeken toenadering bij de ouder terwijl dit stress en angst op kan leveren. Een gedesorganiseerde hechting ontstaat door inconsequente sensitiviteit en onvoorspelbaarheid van de ouder naar het kind, maar er is vaak ook sprake van één of meerdere traumatische ervaringen.

Om het type te kunnen vaststellen is het nodig om een observatieprocedure in te zetten. Deze observatieprocedure kan al vroeg op jonge leeftijd worden ingezet. Ainsworth deed dit bijvoorbeeld door middel van de ‘vreemde-situatieprocedure’. Hierbij worden kinderen van tussen de 12 en 20 maanden achtergelaten door een ouder in een ruimte en er wordt dan geobserveerd hoe het kind reageert. Door op deze link te klikken kan je hier een stukje van zien.

Voor een veilige hechting is het van belang dat de ouder gevoelig is voor de signalen die het kind afgeeft. Dit doet een ouder bijvoorbeeld al door het kind te troosten als hij/zij huilt. De ouder doet dit ook door structuur te bieden, de autonomie van het kind respecteert en het kind steunt.

Heb je nog meer vragen over hechting? Of heb je andere vragen? Mail dan naar opvoeding@lauteropmaat.nl of bel naar 0644211781.

Groetjes Charlotte

Charlotte Jansen