Na uitleg over de tegenwoordige tijd, verleden tijd en voltooide tijd volgt vandaag alweer het laatste filmpje in de werkwoordenserie. In dit filmpje vertel ik je alles over het bijvoeglijk naamwoord. Ik vertel je de regel en laat je wat voorbeelden zien.

Wil je na het zien van het filmpje nog extra oefenen? Klik dan HIER.

 

Mocht je nou geen zin/tijd hebben om het hele filmpje te kijken. Hier een hele korte uitleg over het bijvoeglijk naamwoord. Het bijvoeglijk naamwoord zegt altijd iets over een zelfstandig naamwoord. Je schrijft het bijvoeglijk naamwoord altijd zo kort mogelijk! Twijfel je of je aan het eind een -e of -n moet schrijven? Draai de zin dan om. Bijvoorbeeld de gevalle vaas of de gevallen vaas? Als je de zin omdraait krijg je; de vaas is gevallen. Je ziet dus dat je de gevallen vaas met een -n moet schrijven.

De oefeningen voor het bijvoeglijk naamwoord vind je HIER

Is het nog niet helemaal duidelijk en heb je behoefte aan persoonlijke uitleg? Met onze bijlessen op maat, is het ook mogelijk om eenmalig of vaker af te spreken om alle grammaticaregels nog eens door te nemen!

Geschreven door: Laura