Rond het tweede jaar start de welbekende peuterpuberteit, een belangrijke fase in het leven van je kind. Tijdens deze fase ontdekken kinderen dat ze zelf invloed uit kunnen oefenen op bepaalde situaties en dat ze niet een eenheid zijn met hun ouders. Tegelijkertijd ontdekken ze dat de wereld niet enkel om hen draait maar dat ze eigenlijk een van de vele individuen zijn die hier op de wereld leven. Dit zorgt voor sommige kinderen voor angst. Dit zijn heel gezonde ontwikkelingen voor je kind. Je kind leert tijdens de peuterpuberteit hoe ver ze kunnen gaan bij anderen (ze zoeken niet voor niets vaak de grenzen op in deze fase). Ze leren veel over anderen, wat wil iemand wel of niet en waarom is dat? Is dit anders bij mij of lijk ik daarin veel op de ander? Niet iedereen is immers hetzelfde. Ze leren dus ook veel over zichzelf en ontwikkelen zich steeds verder.

De omgeving van het kind richt zich vooral op de ontwikkelingen op het cognitieve en fysieke gebied, denk bijvoorbeeld aan: kan het kind al lopen, praten, schrijven, rekenen , etc. Er wordt weinig gekeken naar de sociaal-emotionele ontwikkeling, terwijl die minstens zo belangrijk is. Tot 5 jaar is een dominant of verlegen kind vrij normaal, ook als zich dit zich enigszins extreem uit. Er wordt begrepen dat een kind nog veel moet leren. Na deze leeftijd kan het echter wel zorgen opwekken als een kind extreem dominant of verlegen is.   Kinderen hebben het soms al van kleins af aan in zich om dominant of verlegen te zijn, maar dit wordt ook zeker voor een (groot) deel bepaalt door hoe het kind wordt opgevoed. Het is dus zeker belangrijk om als ouder na te denken hoe je hier mee ingaat in de opvoeding, hoe stel jij je als ouder bijvoorbeeld op? Wat wil je je kind leren?

Het dominante kind

Dominante kinderen weten heel goed wat ze willen en zien graag dat anderen doen wat zij voor ogen hadden. Jonge kinderen hebben vaak nog het idee dat zij centraal staan in de wereld en dat zij dus de belangrijkste persoon zijn. De meeste jonge kinderen zijn dus vaak dominant. Je ziet dit in hun spel ook vaak terug:’ik wil die blauwe bal, ik pak hem af’. Het kind dat op dat moment het hardst schreeuwt of trekt zal deze ‘strijd’ winnen. Zodra er meer begrip ontstaat voor de ander en zodra het steeds duidelijker wordt dat de wereld niet enkel om hen draait, zie je dat ze steeds beter begrijpen wat sociaal wenselijk is en wat niet. Dit ontstaat ongeveer rond het derde jaar. Je ziet dan ook dat het samenspelen zich steeds meer ontwikkelt. Dominant gedrag tijdens het samenspel wordt een experiment, hoe reageert de ander op dit gedrag? En reageert iedereen op deze manier? Ook naar ouders vertonen kinderen dominant gedrag tijdens deze fase. Ouders leren hun kind al vroeg voor zichzelf op te komen zodat ze weerbaarder worden voor bijvoorbeeld pesterijen. Een dominant kind wordt meestal als minder problematisch gezien dan een verlegen kind. Dit resulteert er soms in dat ouders het dominante gedrag accepteren en niet de moeite nemen om dit gedrag om te buigen.Terwijl dit toch erg belangrijk is. Dominante kinderen krijgen vaak zelfvertrouwen door te winnen, ook in conflicten. Het geeft hen vaak een goed gevoel om te winnen en gelijk te krijgen, dit geeft hen een gevoel van macht en succes. Dominante kinderen zullen regelmatig het conflict opzoeken en gaan net zo lang door tot ze winnen of tot de ander de zelfcontrole verliest. Dominante kinderen doen dit vaak uit onzekerheid. Dit gedrag helpt hen vaak niet in sociaal-emotionele situaties.

Het verlegen kind

Verlegen kinderen kunnen gaan blozen, stotteren, angstig gedrag tonen, niets terugzeggen, zich terugtrekken of vermijden bepaalde situaties. Een mate van verlegenheid is heel normaal bij jonge kinderen. Door ervaring weet je dat je dat je niet direct aangevallen wordt door mensen die je niet kent. Kleine kinderen hebben deze ervaring nog niet. Zoveel mensen om je heen waarvan je niet weet hoe ze gaan reageren, dat kan angstig zijn. Door je kind deze ervaringen te laten ondergaan en vanaf het begin af aan goed te sturen en begeleiden leer je een kind hoe hij/zij met deze verlegenheid om kan gaan. Kleine kinderen zie je regelmatig achter de ouders verdwijnen in nieuwe situaties. Kinderen die erg gevoelig zijn daar zie je vaak dat ze even rustig de nieuwe situatie in zich op willen nemen voordat ze zich in het nieuwe gezelschap mengen. Meestal gaat de verlegenheid rond een jaar of 4 weer weg. Bij sommige kinderen gaat die verlegenheid echter niet weg. Ze kunnen angsten ontwikkelen, situaties vermijden en zichzelf te kort doen. Bij zo’n kind kan er sprake zijn van veel spanning door de dag heen. Als je merkt dat je kind rond een jaar of 6-7 extreem verlegen blijft en hierdoor beperkt wordt in het dagelijks leven en zijn sociale ontwikkeling, dan is het fijn om hier iets aan te doen. Een bekende angst bij verlegen kinderen is faalangst, dit is van invloed op allerlei zaken in zijn/haar leven. Net als dominantie kan verlegenheid niet behandeld worden, maar je kunt je kind wel leren dat je kind nog wel verlegen mag zijn, maar dat die verlegenheid niet van invloed is op het dagelijks leven van je kind.

Dominantie en verlegenheid heeft dus voor- en nadelen, maar te veel van beiden is niet fijn voor je kind. Maar hoe kan je als ouder je kind nou het beste begeleiden? Het is misschien opvallend maar dominante en verlegen kinderen hebben heel veel met elkaar gemeen. Beiden worden veroorzaakt door het zelfvertrouwen. Een gebrek aan zelfvertrouwen kan je leven beheersen, dus een goede begeleiding is ontzettend belangrijk. Hieronder een aantal tips hoe je je dominante of verlegen kind kan begeleiden:

Tips voor je dominante kind:

  • Dominante kinderen hebben veel baat bij duidelijkheid. Bied als ouders dus duidelijke grenzen en wees hier consequent in.
  • Wanneer je kind de strijd met je aangaat, zeg dan niet meteen ja of nee, maar vraag naar zijn redenen. Als het antwoord ‘nee’ is, wees dan ook consequent, en stel je antwoord niet bij. Je kind heeft behoefte aan duidelijkeid. Als je nog twijfelt over je antwoord, zeg dan dat je er even over na moet denken en dat je er later op terug komt.
  • Ga geen speelafspraken uit de weg omdat je van te voren al weet dat het tussen jouw en het andere kind ruzie wordt. Je kind kan ontzettend veel leren van deze confrontaties, zeker wanneer jij ze goed begeleid.

Tips voor je verlegen kind:

  • Verlegen kinderen worden vaak onderschat of over het hoofd gezien. Dit is uiteraard geen fijn gevoel voor je kind. Wees er alert op dat je niet overbeschermend wordt omdat je hier verlegenheid mee stimuleert. Maar het is wel goed om met bijvoorbeeld de leerkracht te overleggen hoe jullie het kind het beste kunnen helpen.
  • We zijn geneigd om verlegen kinderen naar de voorgrond te duwen of om juist heel erg het gedrag van je kind goed te praten en te betuttelen. Kinderen die erg gevoelig zijn hebben er baat bij om rustig even de omgeving te scannen. Dwing je kind dus niet om naar de voorgrond te treden en betuttel je kind niet. Besteed weinig tot geen aandacht aan het verlegen gedrag en gun je kind even de tijd om los te komen.
  • Zorg dat je kind zich regelmatig kan ontdoen van alle spanning die het opdoet van nieuwe situaties. Ga even stoeien met je kind of dans door de kamer. Je kind laten sporten kan ook een goede oplossing zijn: het kind bouwt zelfvertrouwen op en kan zich even van spanningen ontdoen.
  • Ook voor verlegen kinderen geldt dat ze veel van confrontaties met andere kinderen kunnen leren. Ga dus ook hier geen speelafspraken uit de weg omdat je bang bent dat dit niet goed gaat. Neem ook je kind gewoon mee naar nieuwe onbekende situaties, hier leren ze ook veel van. Elke positieve ervaring in nieuwe situaties of speelafspraken zorgt voor een boost van het zelfvertrouwen!

Heb je behoefte aan meer tips of informatie over je verlegen of dominante kind? Bel dan naar 0644211781 of mail naar opvoeding@lauteropmaat.nl!

Groetjes,

Charlotte

Charlotte Jansen

www.lauteropmaat.nl
www.facebook.com/lauteropmaat
www.instagram.com/lauteropmaat